“Ook robots kunnen depressief worden”

Nieuwsoverzicht Back to news
robots depressief

Als het van Zachary Mainen afhangt, mogen we binnenkort de A in Artificial Intelligence (AI) schrappen. Volgens de neurowetenschapper zal AI in de toekomst zó menselijk worden, dat robots in staat zullen zijn om hallucinaties te ervaren. Of depressief te worden. Verschillende Vlaamse experts nuanceren die uitspraken.

Midden maart sprak Zachary Mainen op de Canonical Computations in Brains and Machines. Dat is een seminarie in New York op de snijlijn tussen neurowetenschappen en AI-learning. Met als centraal thema de overlappingsgebieden tussen de manier waarop het menselijke en het computerbrein denkt.

De neurowetenschapper van het Fundação Champalimaud vertelde er over de vermenselijking van AI. “De computationele psychologie gaat ervan uit dat we door AI-algoritmes te bestuderen, meer te weten kunnen komen over patiënten die depressief zijn of leiden aan hallucinaties. Laten we dat eens omdraaien. Als dat klopt, waarom zou AI zélf dan niet vatbaar kunnen zijn voor psychologische aandoeningen?”

Chemie wordt functie

Mainen verduidelijkt zijn standpunt in een interview met Science Magazine met een voorbeeld over de stof serotonine. Die speelt een rol in ons menselijk leergedrag, vooral in het omgaan met verandering. Maar serotonine heeft ook invloed op onze gemoedstoestand.

Stel nu dat AI wil leren omgaan met veranderlijke situaties. Dan zal het misschien zijn eigen serotonine-functie ontwikkelen. Maar volgens Mainen zal AI door zichzelf die functie aan te leren, ook vatbaar worden voor de emotionele gevolgen. En dus ook voor depressies. Conclusie: naarmate AI zich menselijke denkfuncties eigen maakt, zullen robots in de nabije toekomst ook menselijke emoties kunnen ervaren.

Getalletjes, geen emoties

In de krant De Morgen klinken verschillende Vlaamse wetenschappers voorzichtiger. Francis Wyffels, expert AI aan de universiteit Gent, is één van hen: “Bij de typische AI-technieken leert een computer van voorbeelden die hem gegeven worden. Dat heeft nog niets te maken met hoe een brein echt werkt.”